Het stille verdriet van mijn ouders dat nog steeds op een oorverdovende wijze doorklinkt in mijn leven. Ondanks dat er thuis nooit over gesproken werd, is en blijft het altijd van invloed op alles wat ik doe.
Het gedwongen vertrek uit het land waar zij en ook ik geboren zijn en de manier waarop de Nederlandse Staat met de gerepatrieerde Indische Nederlander is omgegaan, heeft veel verdriet en onvrede veroorzaakt. Verdriet dat niet werd uitgesproken, maar wel voelbaar was tijdens mijn jeugd. Maar helaas is er, ondanks dat het meer dan vijftig jaar geleden is dat wij het toenmalig Nederlandsch-Indië hebben moeten verlaten, nog veel weerstand om daar over te praten.Dankbaar moesten wij zijn voor de gastvrijheid van het "Vaderland", niet klagen en Indië was slechts een herinnering Maar onder onuitgesproken verdriet en onvrede. Natuurlijk was het in die hectische naoorlogse jaren geen vetpot in Nederland, en was het toen niet mogelijk de nieuw aangekomen Indische Nederlander op dezelfde manier te begeleiden zoals het tegenwoordig met migranten het geval is en kampte het gehele land met een groot gebrek aan woonruimte. Maar ondanks alle rationele verklaringen en begrip voor die koele ontvangst, blijft de emotionele pijn en verdriet het leven van heel veel Indische Nederlanders beinvloeden. lk weet zeker dat er met afgunst naar de voorzieningen, die de hedendaagse migrant ter beschikking heeft, wordt gekeken en dat het pijn doet wanneer er door een zekere mijnheer Willems wordt beweerd dat het absoluut niet waar was dat de voorschotten in zijn geheel terug betaald moesten worden.
Maar dat de Hongaarse vluchtelingen, die in dezelfde tijd naar Holland kwamen, de gekregen voorschotten niet hoefden terug te betalen, daar wordt angstvallig over gezwegen. Gezwegen, dat werd er door de Indische Nederlander, want geklaagd werd er alleen in besloten kring. Naast het vertrek uit het moeder en geboorteland was er ook het verlies van huis en goederen en niet te vergeten, familieleden. Hoe vaak is het niet gebeurd dat er naast de vele slachtoffers van de Japanse bezetting er ook tijdens de Bersiap familieleden omgekomen zijn. In ons geval moesten wij hals over kop vertrekken en onze familie achterlaten, zonder te weten of wij hen ooit nog terug zouden zien. Het kwam ook voor dat sommigen er voor kozen om toch in Indonesië te blijven, maar later zouden grote aantallen alsnog er voor kiezen om naar Holland te vertrekken.
"Spijtoptanten". In de film "de Gordel van Smaragd" wordt die moeilijke keuze op meer dan treffende wijze uitgebeeld. De halfbloed 'Indo-vrouw' die haar blanke man niet volgt, maar kiest voor haar Javaans pleeggezin en haar deels Javaanse afkomst, terwijl zij duidelijk geen partij kon kiezen tijdens de bloedige schermutselingen. Hoe veel heftige discussies en slaande ruzies zijn er tijdens die periode in de diverse families niet geweest betreffende de vraag om te kiezen voor de Indonesische nationaliteit of om naar Holland te vertrekken c.q. te repatriëren. Hartverscheurend moeten die beslissingen zijn geweest. Families die uit elkaar werden gerukt en elke beslissing die genomen werd, had zijn eigen onzekere en soms fatale gevolgen. Er over nadenkend zou ik niet weten welke keuze ik zou maken, mocht ik met dat probleem geconfronteerd worden.
Maar naast de pijn van het gedwongen vertrek en de aanpassing aan het leven in Holland, is er ook de pijn en verdriet over het onbegrip bij de Nederlanders die maar niet snappen dat er wel degelijk honger was geleden en mensen in groten getale op een uiterst gewelddadige manier zijn omgebracht, tijdens de Japanse bezetting. Alsof door het warme weer de ellende, die door de Japanners is veroorzaakt, toch wel minder erg was dan de bezetting door de Duitsers. "Wij hadden hier de hongerwinter, en hebben bloembollen moeten eten". Helaas wordt leed wordt altijd met leed vergeleken, tegenwoordig noemt men dat het: "Me too" (Ik ook) gedrag. Met het onbegrip van de gewone burger kan ik, zij het met moeite, nog wel leven. Maar de desinteresse vanuit de Staat der Nederlanden voor de Problematiek van de Indische Nederlander heb ik heel veel moeite. Het verdriet van mijn ouders heeft zijn sporen bij hun kinderen achter gelaten en die hebben in veel gevallen dat verdriet doorgegeven aan hun kinderen. Ik persoonlijk neem het hun niet kwalijk en kan er het begrip voor opbrengen, maar desondanks heb ik er wel problemen door gekregen. Achteraf gezien heeft dat verdriet altijd heel erg doorgeklonken in mijn emotionele leven, waardoor ik hulp heb moeten zoeken bij het Sinaï Centrum te Amersfoort . Het oorverdovende lawaai van het verdriet van mijn ouders en familie heeft mijn gevoelens overstemd en weggedrukt. Het stille verdriet van de bezoekers van een Kumpalan op het Bronbeek te Arnhem trof mij vol en deed pijn. Een poging om er achter te komen wat nou de gevoelens waren bij een paar oudere Indische Nederlanders die bij mij aan tafel zaten, liep uit op een teleurstelling omdat de aangesprokenen mij meewarig aankeken en na een "Soedah, laat maar" eiste het aan de gang zijnde Bingospel alle aandacht weer op.
Hiermee werd ik mij er bewust van het grote onbegrip tussen de eerste en de tweede generatie Indische Nederlanders. De "Eerste Generatie" die niet wil praten over haar verdriet en de "Tweede Generatie" die geen antwoord krijgt op vragen betreffende dat "grote verdriet". Persoonlijk kreeg ik vaak te horen dat het mij niets aan ging en pogingen mijn persoonlijke verdriet te benoemen werden afgedaan als zijnde niet belangrijk. "Hoezo hebben jullie luitjes een probleem? Jullie hebben de oorlog toch niet meegemaakt! " De Bersiap wordt kennelijk nog steeds niet gezien als "oorlog". Ik ben er achter gekomen dat ik die muur van verdriet mij 66k eigen heb gemaakt en dat ik mede daardoor problemen heb gekregen op mijn werk, maar erger, ook in mijn relaties met vrouwen. Al te vaak heeft een vrouw mij gezegd dat zij niet voelde dat ik om haar gaf of van haar hield. Ik snapte daar werkelijk niets van. Schoonmaken, koken zijn voor mij geen probleem en de losgeraakte knopen van mijn overhemd naai ik er zelf weer aan. Schelden doe ik vrijwel nooit en slaan al helemaal niet." Maar jij laat nooit iets van jezelf zien", merkte mijn zus(je) Erica op, nadat ik vol onbegrip mijn beklag had gedaan. "Niets van jezelf laten zien". Dat was hard om te horen en ik snapte nog niet helemaal wat zij daar nou precies mee bedoelde. Ik deed er toch altijd alles aan om de mensen te laten zien wie ik was? Maar langzamerhand kom ik er achter waar de schoen wringt.
Mijn ouders hebben tijdens mijn jeugd er altijd op aangedrongen dat ik moest presteren. "Jij bent nu in Holland en door jouw Indisch zijn moet je meer presteren dan een gewone Hollander. Bedenk wel datj e bruin bent!" Geen honderd procent maar twee honderd procent presteren en nooit was het bereikte voldoende. Goede manieren waren uiterst belangrijk en niets werd getolereerd wat op onfatsoenlijk gedrag leek. Maar uiting geven aan je gevoelens was volstrekt uit den boze, want in de oorlog was alles erger en de aanpassing aan het leven in Holland eiste dat je geen verdriet mocht hebben. Stel je voor dat je verdriet zou hebben of krijgen over hetgeen je hebt achter moeten laten in Indië. Maar die verdomde pijn was, en is er nog steeds en in veel gevallen niet alleen onderhuids. Brood en spelen. Pasar Malams en Kumpulans.
De ene na de andere reunie wordt er gehouden. De cateringbedrijfjes, die Indische maaltijden in de aanbieding hebben, en de Indorock bandjes varen er wel bij. Herinneringen worden opgehaald. "Ken jij die en die, uit de die en die straat nog?" En er verschijnen pretlichtjes in de ogen wanneer blijkt dat men gemeenschappelijke kennissen heeft. En er wordt gegiecheld en uitbundig gelachen wanneer er een kwajongensstreek uit de oude doos gehaald wordt. "Adoeh, het leven was zo goed in het oude vooroorlogse Indië". Mijn vader vond het geweldig te vertellen hoe hij met een katapult een knikker in de verse gelegde drol, die in de kalie dreef, had geschoten. De maker van het uitwerpsel was woedend en bevuild uit zijn gehurkte houding opgesprongen en al scheldend achter de joelende jongens aangerend.
door Peter-Jan Schuin
LV-INOG