- Inloopdagen
- Zelfhulpgroep
- Majalah Bulanan
- DoeDag
- Nieuwsbrief
DEN HAAG | Het is raar met herinneringen. Moeiteloos kunnen Wim Willems en Adriaan van Dis in hun geheugen graven en tot in detail een beeld uit hun kleutertijd oproepen. Maar van de eerste ontmoeting tussen de twee, tijdens een interview zeven jaar geleden, worden ze het maar niet eens over de vraag of Van Dis bij die gelegenheid nu wel of geen korte broek droeg. De laatste ontkent overigens in alle toonaarden.
Misschien staan kinderen wel veel meer open voor indrukken. Met 52 afleveringen van 'Stadskind' lijkt Willems voldoende bewijs te leveren voor deze veronderstelling. "Een foto van kinderen op de stoep met hun stepjes bracht mij in één klap terug in het paradijs van mijn jeugd. Zo drong ik door tot het decor van die tijd", beschrijft Willems het proces van teruggaan in de geschiedenis. "Ik kwam als het ware zintuigelijk terecht in de periode die ik had meegemaakt, de jaren vijftig." Voor hem was zijn jeugd één grote ontdekkingstocht. "Als kind leefde ik in het nu, zonder enig gevoel voor verantwoordelijkheid." Van Dis heeft juist een tegengestelde ervaring. "Kinderen zijn niet onschuldig. Ik heb altijd met distantie naar mijn vader gekeken. Eigenlijk heb ik hem altijd als een tragische figuur gezien. Dat besefte ik na therapie. Hij was een rare man."
Bij het lezen van de Stadskindverhalen schoten Van Dis 'honderdduizenden' dingen te binnen. "Dinky toys, de Co-op, bepaalde sigarettenmerken. Ze riepen geuren en kleuren op. Als kind voelde ik me alleen, maar ik zoog alles op. Mijn jeugd laat me nooit meer los. Het was geen vrolijke tijd, toch kijk ik er met weemoed op terug."
Hoewel de herinneringen van Willems vooral positief zijn, wil hij ook de keerzijde laten zien. "We leefden misschien in een beschutte gemeenschap, maar in zekere zin was dat ook beklemmend. Ik probeer eveneens huiver of verlies te beschrijven, zo zijn in mijn verhalen meerdere doden te betreuren." 'Alles' weet Van Dis zich nog te herinneren. "Het is een persoonlijke afwijking. Van mijn schooltijd kon ik alle leraren noemen, behalve mijn klasgenoten. Pas halverwege bij het schrijven van mijn boek kwamen ook die namen weer boven. Het is net een dia die onder het stof zit. Als je dement bent, weet je het nog beter."
Toch roepen de jeugdherinneringen van beide schrijvers de vraag op hoe betrouwbaar ze zijn. Voor Willems is dat simpel. "Ik vraag de lezer te reageren op mijn verhaal en word zelden gecorrigeerd. Eenmaal – en nu doe ik een bekentenis – heb ik een verhaal, over een houthakkerswedstrijd, compleet bedacht. Zeiden mensen dat het de zuiverste herinnering was die ze hadden gelezen." Herkenning bij Van Dis. "Met fantasie kom je soms dichter bij de waarheid. Het begin van 'Indische duinen' beschrijft de aankomst in 1946 uit Indië per schip. Zelf was ik nog niet geboren en ik heb alles moeten verzinnen. De reacties die ik heb gekregen! Mensen die zich dat beeld tot in detail voor de geest konden halen. Maar het is natuurlijk zo dat je kijkt naar je jeugd met de ogen van nu."
Deze avond kent sowieso veel momenten van herkenning. Als beide schrijvers voordragen uit eigen werk, klinkt vanuit de uitverkochte zaal van het Theater aan het Spui geregeld een verrast 'o ja'. Het 'kleurenscherm' dat je voor de zwartwit- tv kon plaatsen, de aantrekkingskracht van Canada, het badhuis met de haren op de vloer. Willems leest sober, ondersteunt zijn woorden af en toe met een handgebaar.
Van Dis is expressief. Heeft niet alleen een perfecte imitatie van accenten in huis –'adoe ja, ik plof' – maar ook een hilarisch uitgebeelde scène uit zijn nieuwe boek 'Familieziek'. Een Indisch jongetje gaat op bezoek bij familie uit West-Brabant en ziet voor het eerst van zijn leven een lijk, waarbij hij toch zou zweren dat de oude man met het door Velpon dichtgelijmde gezicht nog leeft.
"Ze zijn goed op elkaar ingespeeld", oordelen Olger Baars (27) en Johan Otto (39) in de pauze eensgezind. "Een leuke combinatie", vindt ook Waldo Prinsen (37). En dat terwijl hij eigenlijk alleen voor Adriaan van Dis kwam. "Ik kende Wim Willems helemaal niet, maar hoe hij de eenvoud van het leven beschrijft, dat spreekt me aan." Die eenvoud is volgens Van Dis één van de redenen voor het succes van 'Stadskind'. "Jij geeft de mensen hun rust terug, het overzichtelijke van de jaren vijftig." Eigenlijk zijn de verhalen van Wim Willems een monumentje voor de stad van toen, een stad die nooit meer terugkeert. Gelukkig zijn herinneringen onverwoestbaar.
Over zijn vroegste jeugdherinnering hoeft Adriaan van Dis (1946) geen seconde na te denken. "Ik moet een jaar of vier geweest zijn en was mijn schoen kwijtgeraakt. De schoen had ik om een boom heen geslingerd en ik was hem zo verloren. Ik was vreselijk bang dat ik op mijn donder zou krijgen. Een arm kind van zijn schoen beroofd."
Dat Van Dis zo rap was met zijn anekdote is geen toeval. Hij pakt een exemplaar van zijn nieuwste boek 'Familieziek'. Zijn wijsvinger glijdt over de hoofdstuktitels. De herinnering staat beschreven in 'Levensles'. Jeugdherinneringen zijn een inspiratiebron, zeker, maar één van de vele. "Slechts drie van mijn boeken gaan over mijn familie. Ik denk wel dat je jeugd het geniale tijdperk is. De enige periode waarin je zo open staat voor alles wat je meemaakt dat je die herinneringen voorgoed vasthoudt. Daarom moet je als schrijver zo dicht mogelijk bij die geniale tijd blijven."
Zelden heeft hij een dankbaarder publiek meegemaakt dan vanavond. "Dat meen ik echt. Alles wat Wim Willems vertelde, riep zoveel herkenning op. De mensen hier staan open voor deze verhalen. Zo'n avond als deze zou in Amsterdam niet kunnen. Amsterdam is misschien te groot, heeft niet veel wijken met een karakter dat zich hiervoor leent. Behalve de Jordaan misschien." Van Dis heeft veel waardering voor het werk van Willems. "Zijn persoonlijke verhalen roepen zoveel op. Soms is het noemen van een naam of een merk al voldoende om van alles naar boven te halen. Bovendien is zijn stijl meer dan voortreffelijk."
En na afloop van een Stadskindavond vol nostalgie: wat is volgens Van Dis nu een betere inspiratiebron: een goede of een slechte jeugd? "Ik denk dat een goede jeugd moeilijker is." Dus voor Wim Willems is het schrijven zwaarder? "Nou, als je tussen de regels van zijn verhalen leest, dan word je daar ook niet vrolijk van."
door Monique van Oostrum
LV-INOG
Postbus 2004
1200 CA Hilversum
Nieuwkomers, welke tot de doelgroep horen en nog geen lid zijn, zijn meer dan welkom. We bieden hen de gelegenheid eenmaal de inloopdag bij te wonen ter kennismaking. Daarna is een bijdrage van € 7,- verplicht per bezoek tenzij een lidmaatschap is aangegaan.