- Inloopdagen
- Zelfhulpgroep
- Majalah Bulanan
- DoeDag
- Nieuwsbrief
De hitte negerend steekt F. Springer onberispelijk in een zwart pak als hij aankomt bij het Erasmushuis, het Nederlands cultureel centrum in Jakarta. Minzaam lachend en kaarsrecht laat de voormalig diplomaat zich met bewonderaars fotograferen.
Indonesië is de eerste stop op zijn reis door het Verre Oosten. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, bezocht Bandung waar zijn vader les gaf aan de middelbare school en hij een onbezorgde Indische jeugd genoot. "De stad is enorm veranderd, maar we hebben achter hedendaagse gevels toch nog huizen teruggevonden. De huisjes waar in de Japanse tijd het vrouwenkamp was, zijn maar een beetje veranderd, niet verslechterd", stelt hij. "Het is nu een ouden-van-dagen-complexje. De sfeer en de kamertjes zijn nog zeer herkenbaar".
Springers idyllische jeugd eindigde in 1942 abrupt in een Japans kamp. Als tien-, elfjarige mocht hij niet meer bij zijn moeder blijven, in het mannenkamp leerde hij 'debrouilleren'. "Overleven, goede vrienden onderscheiden van slechte". Hij was er tamelijk goed in en moest door zijn vader die de Birmaspoorlijn had overleefd 'weer in het gareel worden gebeukt'. De dertienjarige was inmiddels een straffe roker, die papa bij diens terugkeer nietsvermoedend een sigaret aanbood. De auteur grinnikt nog eens om die herinnering. De kampervaringen werden een ijkpunt: "Daarna valt alles wel mee". Zijn loopbaan als diplomaat bood gelegenheid te over dat te toetsten. Hij maakte de revolutie mee die in Iran de ayatollah's aan de macht bracht en de sjah van zijn pauwentroon verdreef.
Hij opende de Nederlandse vertegenwoordiging in Bangladesh, nadat dit zich in 1971 bloedig van Pakistan afscheidde. "Ik heb die plekken niet uitgezocht", glimlacht hij, al meent hij dat zijn superieuren wel juist hebben gezien dat ontwikkelingssamenwerking hem beter lag dan Brussel. In turbulente periodes werkte Springer doelbewust aan een boek om afstand te nemen van de ellende om zich heen. "'Tabee New York' schreef ik in Dacca in Bangladesh. De mensen crepeerden van de honger en bleven dan langs de kant van de weg liggen tot de volgende ochtend om zes uur de vuilniswagen langs kwam om de lijken op te laden". De auteur knijpt de ogen dicht en schudt het hoofd. "In de anderhalf jaar dat ik daar zonder mijn gezin in een hotel zat, concentreerde ik me op een boek dat er niets mee te maken had". Het boek is gedeeltelijk gebaseerd op ervaringen die hij opdeed als medewerker van het Nederlandse consulaat in New York.
Als kind pende Springer al verhalen over uit tijdschriften en liet ze aan zijn vader zien, die dan prompt riep dat hij dat toch al eens eerder had gelezen. In het Jappenkamp begon hij echt, met een dagboek. "Het was vreselijk dat ze dat afpakten toen we weggingen. Dat ze mijn postzegelverzameling afnamen was minder erg". Later probeerde hij het dagboek te reconstrueren met verslagen van ruzies tussen bewoonsters en notities over zijn puberale verlangens.
Toch was er een reis naar Java nodig om de inspiratie te vinden voor de autobiografische elementen in 'Tabee New York'. "De personen en gebeurtenissen kwamen zo terug, en ik had stof voor het oprapen". Ook nu reist hij met een doel, want de schrijver reist niet meer als toerist. De auteur Springer heeft steeds geput uit zijn rijke ervaring als diplomaat. Dat begon al in Nieuw- Guinea. "Ik jatte de verhalen die de mensen me daar in de prauw of 'savonds rond het kampvuur vertelden", zegt hij grijzend. "Sommige mensen konden niet lezen of schrijven, maar waren geboren vertellers. Ik heb veel van hen geleerd: vooral kort zijn, niet uitweiden. Een verhaal moet zijn loop hebben".
Springer studeerde af als jurist en trok in 1958 naar het laatste restje 'Indië', als aspirant-controleur in de Baliemvallei (Nieuw-Guinea). "Ik werd voor gek verklaard dat ik toen nog ging". Voor vertrek informeerde hij bij het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen of daar met het oog op de aspiraties Soekarno nog wel perspectief in zat en kreeg boos te horen. "Meneer, u zult daar op uw sloffen resident worden!" Vier jaar later kwam Nieuw- Guinea onder Indonesisch beheer, maar Springer had genoeg ervaringen en materiaal verzameld om de stap naar het schrijverschap te wagen.
LV-INOG
Postbus 2004
1200 CA Hilversum
Nieuwkomers, welke tot de doelgroep horen en nog geen lid zijn, zijn meer dan welkom. We bieden hen de gelegenheid eenmaal de inloopdag bij te wonen ter kennismaking. Daarna is een bijdrage van € 7,- verplicht per bezoek tenzij een lidmaatschap is aangegaan.