- Inloopdagen
- Zelfhulpgroep
- Majalah Bulanan
- DoeDag
- Nieuwsbrief
Rondom de soevereiniteitsoverdracht komt een tweede stroom op gang: circa 68.000 personen vertrekken in de jaren 1950-'52. Het zijn brodeloos geworden Nederlandse bestuursambtenaren en militairen en anderen die niet in de Republik Indonesia kunnen of willen blijven wonen. Onder hen bevinden zich de 12.500 Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen, die in 1950-'51 bij gebrek aan andere oplossingen naar Nederland worden overgebracht en daar worden gedemobiliseerd.
Onder invloed van de verwikkelingen in de moeizame relatie tussen de jonge republiek en het voormalige moederland komen midden jaren '50 nog eens 72.000 personen naar Nederland. Als in 1957 de Indonesische regering bepaalt dat alle Nederlanders het land moeten verlaten, komt opnieuw een massale uittocht op gang. Vanaf eind jaren '50 tot na de crisis rondom Nieuw-Guinea (1961-'63) zoeken circa 71.000 personen in Nederland een heenkomen. Een laatste migrantenstroom, bestaande uit velen met een Chinese achtergrond, komt op gang in de nasleep van de staatsgreep van 1965-'66.
Het zijn voornamelijk Indo-Europeanen die in de jaren '50 en '60 Indonesië verlaten om in Nederland of elders (Californië en Australië) een veilig heenkomen te zoeken. Zij beschouwden Indonesië in eerste instantie als hun land en meenden ook na de soevereiniteitsoverdracht hier een bestaan te kunnen opbouwen. Onder invloed van de anti-Nederlandse campagnes en de steeds vijandiger houding van de Indonesische samenleving zien zij zich echter gedwongen hun geboorteland te ontvluchten. Daarbij komt dat men moest kiezen tussen de Indonesische nationaliteit (warga negara) of behoud van de Nederlandse nationaliteit; de meeste Indische Nederlanders kozen voor het laatste en daarmee voor vertrek uit Indonesië.
Na de ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode slaat ook de repatriëring diepe wonden bij de Indische Nederlanders. Door omstandigheden buiten hun schuld, worden zij gedwongen het land van herkomst te verlaten en te verruilen voor een land dat zij slechts uit de schoolboeken kennen. Zij zien zich geconfronteerd met een Nederlandse samenleving die hen vol onbegrip tegemoet treedt en een Nederlandse overheid die er in eerste instantie alles aan doet hun komst te verhinderen. Hoewel zij veelal berooid aankomen omdat zij alle bezittingen hebben moeten achterlaten en hoewel zij niet in staat worden gesteld in Nederland functies op vergelijkbaar niveau als in Indonesië bekleed te vervullen, moeten zij de kosten van hun overtocht en van hun opvang in Nederland terugbetalen. Pas als eind jaren '50 duidelijk wordt dat er voor de Indische Nederlanders in Indonesië geen ander alternatief is dan vertrek naar Nederland, laat de Nederlandse overheid haar afwerende houding varen en stelt zij ruime middelen voor opvang en huisvesting ter beschikking.
LV-INOG
Postbus 2004
1200 CA Hilversum
Nieuwkomers, welke tot de doelgroep horen en nog geen lid zijn, zijn meer dan welkom. We bieden hen de gelegenheid eenmaal de inloopdag bij te wonen ter kennismaking. Daarna is een bijdrage van € 7,- verplicht per bezoek tenzij een lidmaatschap is aangegaan.