- Inloopdagen
- Zelfhulpgroep
- Majalah Bulanan
- DoeDag
- Nieuwsbrief
Culturele wisselwerking tussen Nederland en Indië
De kolonisatie van Indië leidt tot een vermenging van de Nederlandse en de inheemse cultuur. In de VOC periode en tot het einde van de negentiende eeuw gaan vooral Europese mannen naar de Oost. Daar nemen zij inheemse vrouwen als huishoudster of echtgenote (njai). Uit hun verbintenis ontstaat een (gemengde) Indo-Europese bevolking. De Indo-Europeanen zijn vaak de tussenpersonen geweest in de strenge hiërarchie, die de kolonisator van de gekoloniseerde scheidde. Veel Indo-Europeanen werken in die tijd als ambtenaar of soldaat in dienst van het Nederlandse gouvernement. Tot in het midden van de negentiende eeuw, bekleden de Indo-Europeanen soms zeer hoge posities. Deze verliezen ze als de samenleving verhollandst door de komst van totoks (volbloed Hollanders).
Vanaf het begin van de twintigste eeuw verandert de koloniale maatschappij, doordat steeds meer Nederlandse vrouwen zich in de kolonie vestigen. De vrouwen brengen de Nederlandse cultuur met zich mee op gebied van kunstbeoefening, kleding en eetgewoonten. Het meubilair in de koloniale woningen getuigt van een wederzijdse culturele invloed. Houten stoelen en tafels worden in Indië zelf vervaardigd en versierd met inheemse motieven. Zilveren en koperen gebruiksvoorwerpen vertonen eveneens de invloed van de lokale cultuur.
Omgekeerd passen de Hollanders zich enigszins aan hun nieuwe omgeving aan. Hun woon- en leefomgeving krijgt een Indische tintje. Javaanse ambachtslieden versieren Europese meubels en gebruiksvoorwerpen met inheemse motieven. Het Japara naaitafeltje en de zilveren voorwerpen van Yogyakarta zijn hier voorbeelden van. Vrouwen dragen gebatikte kleding met Hollandse motieven. Sommige totoks volharden in het eten van aardappelen, vlees en groente. Andere zijn dol op rijsttafel, de Hollandse manier om Indisch te eten: heel veel gerechten waar een keuze uit gemaakt kan worden.Het Indische verleden is tot op heden nog steeds aanwezig in ons land.
Het Nederlandse militaire gezag
De koloniale overheid maakt gebruik van militaire macht om binnen de uitgestrekte kolonie de orde te handhaven. De Java-oorlog (1825-1830) leidt tot de oprichting van het KNIL: het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De hoge rangen binnen het KNIL worden ingenomen door Europeanen. De lagere manschappen zijn overwegend inheems, meestal Javaans of Moluks. In de negentiende eeuw verovert het KNIL tijdens geldverslindende oorlogen bijna de gehele archipel. Enorme aantallen slachtoffers vallen tijdens de beruchte bezetting van Noord Bali (1849) en de bloedige Atjeh-oorlog (1871-1913). Veel schatten worden buitgemaakt bij de gewelddadige verovering van Lombok (1894) en Zuid-Bali (1906).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verliest het KNIL in 1941 van Japan. De krijgsgevangenen worden weggevoerd naar Thailand en Sumatra om spoorwegen aan te leggen. De Japanse bezetter interneert de Europese vrouwen en kinderen in speciale kampen in de archipel. Velen komen hierbij om. Na de bevrijding op 15 augustus 1945 probeert het KNIL de koloniale macht te herstellen. Intussen heeft Soekarno op 17 augustus 1945 de Indonesische Republiek uitgeroepen. De politionele acties van het KNIL eindigen in een nederlaag voor Nederland. Na de erkenning van de Indonesische soevereiniteit (december 1949) heft de Nederlandse overheid het KNIL in 1950 op.
LV-INOG
Postbus 2004
1200 CA Hilversum
Nieuwkomers, welke tot de doelgroep horen en nog geen lid zijn, zijn meer dan welkom. We bieden hen de gelegenheid eenmaal de inloopdag bij te wonen ter kennismaking. Daarna is een bijdrage van € 7,- verplicht per bezoek tenzij een lidmaatschap is aangegaan.