Ieder eerste zaterdag van de maand een Inloopdag behalve de maand augustus.
De LV-INOG is een Zelfhulpgroep waar het vertrouwen bij ons voorop staat.
Zes maal per jaar een uitgave van de MajalahBulanan voor en door de naoorlogse generatie.
Tijdens de inloopdag van juli is er de DoeDag een kumpulan voor het afsluiten van het seizoen.
Ieder maand versturen wij onze Nieuwsbrief naar honderden lezers.

In Nederland wonen ruim een half miljoen Indische mensen. De meeste daarvan zijn kort na de Tweede Wereldoorlog in Nederland gekomen, na vaak een lange voorgeschiedenis in het koloniale Nederlands-Indië (van begin 17e eeuw tot 1949). Sommige Indische families zijn zelfs al ontstaan in de periode van de Portugese kolonisatie in de 16e eeuw. Het waren feitelijk de eerste migranten die Nederland na de oorlog ontving.

Mengcultuur

Hun etnische afkomst is van gemengde aard: een combinatie van Indonesische invloeden en Hollandse invloeden. In het koloniale Indië vormden de Indische mensen een tussenlaag tussen de autochtone bevolking (de inlanders) en de sociale top van Europeanen. Doordat de Indische cultuur geruime tijd sterk beïnvloed werd door de omgang met de autochtone bevolking zijn veel gewoonten, gedrag en bijv. bijgeloof bij Indische mensen sterk verwant aan de cultuur van de autochtone bevolking. Indische mensen komen voort uit gemengde huwelijken van Indonesiërs en Hollanders en zijn dragers van een in oorsprong gemengde-, doch autonome cultuur.

Vroeger in de 18e eeuw werd die cultuur ook wel 'mestiezencultuur' genoemd. Later werd de term Indo-Europeanen of Indo's gebruikt. (het woord Indo had ook wel een negatieve lading). In deze tijd is het gangbaar te spreken van 'Indische Nederlanders'. In de Engelse literatuur wordt de groep ook wel als "Eurasians" betiteld.

Europeanisering in de 19e en 20e eeuw

In het koloniale Indië ontstond vooral na het korte Britse zelfbestuur (1811-1816) een druk op de Indische groep om zich qua cultuur en omgangsvormen zo Europees mogelijk te dragen. Indische vrouwen moesten bij voorkeur geen sarong en kabaja meer dragen, men moest zich Europees kleden en een monogaam Europees huwelijk had de voorkeur boven Aziatische verbintenissen. Ook in de periode na het Britse zelfbestuur werd de druk op de Indische groep steeds groter. Voor maatschappelijk belangrijke functies in de vorige eeuw, vooral in de grote steden in Indië, waren geboorte en opleiding in Nederland vereist en tal van Indo's kwamen daardoor in problemen. In de binnenlanden echter waren het vaak de Indische families die zich met particuliere landbouw bezig hielden: "de heren van de thee, de koffie en suiker". Tegen het begin van de twintigste eeuw kwamen meer vrouwen uit Europa naar Indië die van verdere invloed waren op de 'Europeanisering' van de Indische cultuur.

Om in Indië hogerop te komen moest je je zo Europees mogelijk gedragen. Indo-Europeanen vertoonden destijds alle kenmerken van een minderheidsgroepering. Indo's probeerden zich zoveel mogelijk te gedragen als de dominante groep 'totoks', zonder ooit helemaal door hen accepteerd te worden.

Japanse bezetting en bersiapperiode

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog bedroeg het aantal Europeanen in Nederlands-Indië ruim 300.000 personen, waarvan 60% Indo-Europeaan was.Tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) werden alle in Nederland geboren Europeanen (totoks) in interneringskampen ondergebracht. Wanneer bij de registratie van Nederlanders bleek dat zij gemend bloed hadden (Indo-Europeanen waren), werden zij (op uitzonderingen na, zoals in Oost-Sumatra) niet geïnterneerd. Een aantal van hen kwam als krijgsgevangene of echtgenote van een totok wel in een kamp terecht.

Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 brak een zeer chaotische periode aan (de zogenaamde bersiapperiode), waarin Indonesië streed voor haar onafhankelijkheid en veel slachtoffers vielen, vooral onder de Indo-Europeanen. Met name de ervaringen gedurende deze tijd heeft veel Indische Nederlanders doen besluiten in de jaren na de souvereiniteitsoverdracht naar Nederland te repatriëren. (Het begrip repatriëren is overigens wat misplaatst omdat velen nooit eerder in Nederland waren geweest en er dus geen sprake was van 'terugkomst' naar het moederland wat het begrip repatriëring feitelijk impliceert.)

De Indische diaspora

Na de Tweede Wereldoorlog werd Indonesië in 1949 onafhankelijk en kozen de meeste Indische mensen voor repatriëring naar Nederland. Sommigen kozen voor Nieuw-Guinea, maar de omstandigheden waren daar slecht. Vanwege de 'colour bar' lieten veel andere landen alleen migranten toe met Europese gewoonten en uiterlijk. Alleen de Verenigde Staten vormden daarop een uitzondering.

De Indonesische regering gaf de Indische Nederlanders in 1949 twee jaar de tijd om te beslissen of men het Indonesisch staatsburgerschap verkoos (warga negara). Slechts een beperkt aantal Indo's koos hiervoor. Velen kwamen na verloop van tijd op dit besluit terug omdat hun maatschappelijke positie in het nieuwe Indonesië sterk onder druk stond. Het gevolg was dat velen daarna alsnog kozen voor migratie naar Nederland ('spijtoptanten') en de Nederlandse nationaliteit verkozen boven de Indonesische nationaliteit. Ruim 300.000 Indische Nederlanders repatrieerden tussen 1946 en 1964 in vier golven naar Nederland; 50.000 van hen emigreerden weer,onder andere naar de Verenigde Staten en Canada.

De eerste jaren in Nederland

Indische mensen tonen zich over het algemeen sterk aanpassingsbereid, maar dit was ook een vorm van zelfbehoud. Veel Indische gezinnen werden in Holland eerst in contractpensions opgevangen en zelfstandige huisvesting werd alleen gehonoreerd als men zich geassimileerd gedroeg. In die periode was er vanuit maatschappelijke organisaties en overheid sprake van een vorm van betutteling van de Indische groep in combinatie met een benepen opvatting over de groep, met name in de jaren '50. Nederland stelde culturele verschillen gelijk met culturele achterstanden. Bovendien wilde Nederland zo snel mogelijk het hoofdstuk van de koloniale geschiedenis afsluiten.

Het steeds maar ingesteld zijn op je aanpassen aan je Nederlandse omgeving kan als gevolg hebben dat Indische mensen hun eigen culturele achtergrond steeds meer onderdrukken of ontkennen.Over de traumatische ervaringen tijdens oorlog en bersiap werd gezwegen, aangezien men in Nederland door de eigen oorlogservaringen geen tijd had om naar de 'verhalen' van de Indische Nederlanders te luisteren. Als niemand in je omgeving interesse toont voor je achtergrond houd je zowel de goede- als slechte herinneringen aan vroeger maar liever voor jezelf. Kinderen van 1e generatie Indische ouders stuiten, als gevolg daarvan, vaak op de 'geslotenheid' van hun ouders als het gaat om het Indisch verleden in Indië. Wat je kwetsbaar maakt daar praat je niet makkelijk over. De ervaringen in de oorlogstijd, met name de Jappense bezetting en de bersiapperiode, hebben de situatie extra gecompliceerd voor de 1e generatie en ook voor kinderen daarvan die kort voor de Japanse bezetting geboren werden. De combinatie van enerzijds de dierbare herinneringen aan Indië, maar anderzijds ook de trauma's van de oorlogstijd hebben het terugblikken op de verleden tijd voor veel Indische mensen uit de eerste en soms tweede generatie extra gecompliceerd.

De vooruitziende blik van Jan Boon (Tjalie Robinson)

Jan Boon (1911-1974) was een Indisch man die al in zeer vroeg stadium onderkende dat het behoud van die eigen culturele identiteit van Indische mensen een belangrijk goed is. Hij is de grondlegger geweest van het tijdschrift Tong-Tong (nu Moesson), organiseerde de eerste Pasar Malam in Den Haag, de Indische Kulturele Kring, het Indisch Wetenschappelijk Instituut en het INDO Community Center in de Verenigde Staten. In deze tijd ontdekt de 2e en 3e generatie Indische mensen dat met name Jan Boon (alias Tjalie Robinson en Vincent Mahieu) zeer belangrijk werk heeft verricht en hij feitelijk de basis heeft gelegd voor een behoud van de Indische cultuur in Nederland via de door hem opgerichte Indische organisaties. Enige tijd geleden werd bij het pand aan de Pr.Mauritslaan 36 in Den Haag waar Jan Boon startte met het blad Tong-Tong een plaquette door Staatssecretaris Nuis onthuld ter nagedachtenis aan en uit respect voor wat Jan Boon heeft verricht. Deze plaquette was een initiatief van het I.W.I. en werd bekostigd door de stichting Tong-Tong, de Pasar Malam Besar BV, het I.K.K. en de Moesson.

Indische 'roots'

Zoals adoptiekinderen vroeg of laat willen weten hoe het zit met hun herkomst, zo zijn er ook vele kinderen uit Indische ouders die - vaak bij het ouder worden - zich de vraag stellen : hoe zit het nu eigenlijk met mijn eigen 'Indische roots'?

Indische cultuur wordt vaak vereenzelvigd met Indisch eten, maar is meer dan dat alleen. Het is ook het handelen vanuit een besef dat je eigen wortels nu eenmaal in het verre Indië liggen en je dat verleden als waardevol beschouwd en je daarin wilt verdiepen. Indische cultuur uit zich daarnaast ook in de eigen cultuur, muziek, literatuur en omgangsvormen.

Na Indonesië bezocht te hebben wordt dat 'Indisch bewustzijn' bij velen vaak nog eens versterkt. Het land roept, ondanks dat het nu een geheel Aziatische staat is, herinneringen op aan de Indische tijden van vroeger. De behoefte wordt sterker om graag te vertoeven in de prettige 'dampkring' van de Indische cultuur. En de Indische cultuur is nog steeds een levend iets, kijk maar naar de films over Indië, de Indische literatuur, de geschiedschrijving en de Indische culturele activiteiten in deze negentiger jaren.

Drie generaties Indische mensen

Er is in de jaren negentig een onderscheid te maken tussen drie generaties van Indische mensen: a. De eerste generatie bestaat uit Indo's die tijdens het koloniale Nederlands-Indië geboren zijn en veelal ook de Japanse bezetting en bersiapperiode hebben meegemaakt. De belevingswereld van deze eerste generatie is uiteraard sterk verweven met het oude Indië en de specifieke Indische cultuur en dierbaar zijn vaak vooral de herinneringen aan de jeugdjaren in Nederlands-Indië. Deze groep sterft nu geleidelijk aan uit.

b. De tweede generatie vormt de groep die of wel nog net in Nederlands-Indië geboren is vlak voor of tijdens de Tweede wereldoorlog, evenals de groep die na de oorlog geboren is in Nederland, waarvan één of beide ouders tot de eerste generatie behoort. De tweede generatie is opgegroeid met de verhalen van de uit Indië afkomstige familie. Vaak op wat oudere leeftijd, soms gekoppeld aan het overlijden van een van de Indische ouders, ontstaat de indringende vraag naar de mate waarin je jezelf nog verbonden voelt met je Indische achtergrond. Voor sommigen vormt dat aanleiding die afkomst te koesteren en de Indische achtergrond een plaats te geven in het eigen bestaan via onderzoek naar de eigen roots, het lezen van Indische literatuur, het bezoeken van Indische manifestaties en een bezoek aan het land van herkomst zelf. Anderen, van dezelfde 2e generatie, zijn in het geheel niet geïnteresseerd in die Indische afkomst.

De geslotenheid van de door de oorlog getraumatiseerde ouders is vaak voor sommigen van de tweede (en soms ook derde-) generatie een grote handicap omdat het communiceren over het vroegere Indië met de eigen ouders vaak moeilijk verloopt c.q. verliep. Kinderen van ouders die in Jappenkampen hebben gezeten hebben vaak zelf een problematische opvoeding gehad, mede omdat hulpverlening aan de ouders (en hun kinderen) in de jaren vlak na de oorlog niet of nauwelijks aan de orde was. Bij sommige kinderen uit de tweede generatie wordt door die problematische opvoeding ook ambivalent aangekeken tegen het 'Indisch zijn' ; dat is begrijpelijk vanwege de ervaren problemen in de relatie met de eigen ouders.

c. De derde generatie vormen de Nederlandse kinderen die uit de tweede generatie voortgekomen zijn en alleen uit verhalen weten van de Indische afkomst. Voor deze groep is het Indisch-zijn geen vanzelfsprekende identiteit maar kan wel een proces van bewustwording optreden rond de historische achtergrond van de eigen familieherkomst en etniciteit. Voor deze groep is het gedrag van de 2e generatie, de eigen ouders, ook van belang. Naarmate meer Indo's "vernederlandst " zijn kan er een neiging zijn de Indische afkomst naar de achtergrond te plaatsen. Toch valt te constateren dat een deel van deze derde generatie juist op zoek gaat naar het minder bekende 'Aziatische' deel van zich zelf en deze groep steeds meer geïntrigeerd raakt door het Indisch verleden.

Totoks

Een deel van de groep die na de oorlog vanuit Indië in Nederland kwam bestond ook uit 'totoks', hieronder worden de Nederlanders verstaan die niet in Indië geboren zijn, maar in Indië wel een deel van hun leven hebben doorgebracht. Dit kunnen zowel mensen geweest zijn die gehuwd waren met Indo's, maar ook b.v. KNIL-militairen of Nederlanders die onderdeel uitmaakten van het Binnenlands Bestuur. De interesse van deze groep voor de Indische cultuur is gerelateerd aan hun eigen verblijf in Indië. Sommigen zijn in hun hele gedrag, afhankelijk van de duur van het verblijf in Indië, zelf sterk 'verindischt'. De Jappenkampervaringen en bersiaptijd hebben bij sommigen zeer gemengde gevoelens teweeg gebracht als het gaat over het onderwerp 'Indië'. Onbegrip van Nederlandse kant over wat hun is overkomen heeft net als bij de Indo's uit de eerste generatie, die de oorlog indringend hebben meegemaakt, vaak ook geresulteerd in geslotenheid t.o.v. hun kinderen als het onderwerp 'Indië' ter sprake kwam.

Indische identiteit

In deze periode zijn velen uit de 2e en de 3e generatie Indo's bezig met hun eigen Indische identiteit. Het bewust-zijn van je eigen roots en de vertrouwheid met de Indische cultuur waarin je bent grootgebracht geeft bij je verdere ontwikkeling vaak aanleiding meer te investeren op de Indische kant van jezelf. In Nederland worden in tal van plaatsen kumpulans en bijeenkomsten gehouden om in de behoefte om met Indo's bij elkaar te zijn tegemoet te komen. Juist de toenemende belangstelling voor b.v. de Pasar Malam Besar in Den Haag, die jaarlijks op het Malieveld in Den Haag gehouden wordt, duidt op een toenemende behoefte om uiting te willen geven aan het Indisch-zijn.

Toch zal de tijd leren of de daadwerkelijke beleving van iets als 'Indische identiteit' geleidelijk aan uitsterft. Immers in een post-koloniale periode (50 jaar na de soevereiniteitsoverdracht) is het begrijpelijk dat die hang naar de Indische cultuur nog levend is, maar de kans is groot dat in volgende generaties de Indische cultuur nog alleen maar in musea en geschiedenisboeken wordt aangetroffen en er geen sprake meer is van een 'levende cultuur'. Alleen generaties die daadwerkelijk in de Indische 'dampkring' grootgebracht zijn zullen immers de behoefte voelen die cultuur voort te zetten.

Indonesië

'Indisch-zijn' gaat veelal ook gepaard met een verlangen het 'land van herkomst' terug te zien. Indonesië is een onvoorstelbaar mooi land met vele etnische groepen en een buitengewoon rijke cultuur en historie. Het is een land dat zeker de moeite van bestudering en een bezoek waard is! Juist vanwege de vele verwantschappen die de vroegere Indische cultuur had met de inlandse cultuur is het boeiend ook de Indonesische cultuur goed te bestuderen.

Contact Opnemen

inoglogoLV-INOG
Postbus 2004
1200 CA Hilversum

tel.: 035-6839579
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuwe Bezoekers

Nieuwkomers, welke tot de doelgroep horen en nog geen lid zijn, zijn meer dan welkom. We bieden hen de gelegenheid eenmaal de inloopdag bij te wonen ter kennismaking. Daarna is een bijdrage van € 7,- verplicht per bezoek tenzij een lidmaatschap is aangegaan.