Ieder eerste zaterdag van de maand een Inloopdag behalve de maand augustus.
De LV-INOG is een Zelfhulpgroep waar het vertrouwen bij ons voorop staat.
Zes maal per jaar een uitgave van de MajalahBulanan voor en door de naoorlogse generatie.
Tijdens de inloopdag van juli is er de DoeDag een kumpulan voor het afsluiten van het seizoen.
Ieder maand versturen wij onze Nieuwsbrief naar honderden lezers.

Behandeling van trauma’s als gevolg van georganiseerd geweld.

Oorlog en georganiseerd geweld kunnen nog jarenlang aanleiding geven tot ernstige klachten of afwijkend gedrag. Dat geldt niet alleen voor asielzoekers en vluchtelingen uit verre landen. Ook traumatische ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog werken tot op de dag van vandaag door. De verzuchting ‘Is die oorlog nou nooit afgelopen …’ zou uit de mond van een zeventigjarige man opgetekend kunnen worden, die de afgelopen nacht badend in het zweet wakker werd uit een nachtmerrie, waarin hij voor de duizendste keer ontsnapte aan de represailles van Japanse kampbewakers. Je zou het ook een machteloze jonge moeder kunnen horen zeggen, omdat haar kind haar confronteert met haar eigen kindertijd. Haar door de oorlog getraumatiseerde ouders konden slechts angstig om zich heen kijken en hun kinderen voortdurend waarschuwen voor het gevaar in de wereld.

Dichterbij huis - en regelmatig te zien op tv - zijn de slachtoffers van recente oorlogen in het Midden-Oosten, op de Balkan en in Afrika. Ook zij wensen vertwijfeld een einde van de oorlog. Maar zelfs na tientallen jaren verblijf in een relatief veilig Nederland worden vluchtelingen gekweld door herbelevingen en nachtmerries. Slaap- en concentratieproblemen, depressieve klachten, fobisch gedrag, alcohol- of medicijnmisbruik, agressieregulatieproblemen en identiteitsproblemen zijn maar enkele aspecten van het bonte klachtenpalet van mensen met een posttraumatische stressstoornis of van kinderen van getraumatiseerde ouders. Maar behalve bij asielzoekers en vluchtelingen denken hulpverleners niet snel aan oorlog of georganiseerd geweld als oorzaak voor klachten of afwijkend gedrag van patiënten.

Symptomen

Centrum ‘45 neemt jaarlijks ongeveer zeshonderd patiënten in behandeling op de poli- of dagkliniek of in de kliniek. Het betreft dan psychiatrische of psychotherapeutische behandelingen variërend van een kortdurende interventie tot een langere behandeling, afhankelijk van de aard en de ernst van de klachten. De kenmerken van posttraumatische stress-stoornis verschillen per patiëntengroep. Problemen met de verwerking van ernstige traumatische ervaringen worden in DSM-IV ondergebracht bij de angststoornissen onder de diagnose ‘posttraumatische stress-stoornis’ (PTSS). De kernsymptomen van PTSS worden gevormd door drie clusters van verschijnselen. Het eerste cluster beschrijft de onwillekeurige en frequente herbeleving van de traumatische ervaringen in de vorm van zich herhalend opdringende beelden of nachtmerries. Vaak minder gemakkelijk te herkennen, maar sociaal soms ernstig invaliderend zijn verschijnselen van het tweede symptoomcluster: vermijdingsreacties en verminderde emotionele responsiviteit. Verder lijden deze patiënten aan een of andere vorm van verhoogde prikkelbaarheid, het derde symptoomcluster van de PTSS.

Een voorwaarde voor de diagnose is dat de betrokkene in een situatie is geweest dat zijn fysieke integriteit werd bedreigd of dat van nabij bij een ander heeft gezien. In die situatie werd diegene overweldigd door gevoelens van angst, afschuw en hulpeloosheid (criterium A van de diagnose PTSS). De klachten houden langer aan dan een maand en veroorzaken lijden of verstoren het sociaal-maatschappelijk functioneren. Bij een chronisch beloop heeft iemand langer dan drie maanden klachten en als iemand pas een halfjaar of langer na de traumatische gebeurtenis klachten krijgt, is er sprake van een PTSS met een verlaat begin.

De diagnose is moeilijk te stellen als iemand zich weinig herinnert, bijvoorbeeld als gevolg van dissociatie tijdens de traumatische ervaring(en), of niet meer kan vertellen welke gevoelens de gebeurtenis opriep doordat die gevoelens van de feitelijke herinnering zijn afgesplitst. Vaak is er dan wel sprake van lichamelijke klachten, die een uiting kunnen zijn van de anderszins onbereikbaar geworden gevoelens. Ook co-morbiditeit komt veelvuldig voor met depressieve, somatoforme en angststoornissen of middelenmisbruik. Soms zijn deze klachten het enige teken van verwerkingsproblemen na een traumatische ervaring.

Angst en onmacht

Traumatische ervaringen vinden plaats in een bepaalde fase in de ontwikkeling van een persoon (bij langdurige of herhaalde traumatisering soms in verschillende levensfasen) en in een bepaalde context. Positieve levenservaringen vóór het trauma, een stevig ontwikkelde identiteit en de aanwezigheid van een steunend sociaal netwerk kunnen iemand helpen om te gaan met de overweldigende gevoelens van angst en onmacht. Een stabiele voorgeschiedenis kan ook helpen het verlies van ‘zekerheden’ die door de traumatische ervaring een illusie zijn gebleken, beter te verwerken. Het gaat om het gevoel van veiligheid en persoonlijke onkwetsbaarheid, goedaardigheid van mensen, rechtvaardigheid in de wereld en controlemogelijkheden. De meeste mensen weten later in gezin, werk of levensovertuiging een nieuw houvast te vinden en kunnen de traumatische ervaringen op den duur ‘een plaats geven’. Sommigen ontwikkelen meteen klachten.

Ook als iemand lange tijd goed functioneerde, kunnen klachten in een latere levensfase alsnog wijzen op eerdere onverwerkte ervaringen. In de navolgende beschrijving van de doelgroepen van Centrum ‘45 wordt een verbinding gelegd tussen de contextuele factoren en de verschijningsvorm van de klachten en problemen.

Grote opluchting

De ‘oudere’ eerste-generatieoorlogsgetroffenen waren adolescent of ouder, toen ze in de Tweede Wereldoorlog traumatische gebeurtenissen meemaakten als geïnterneerde (in Duitse of Japanse kampen, of in de Arbeitseinsatz), als verzetsdeelnemer of als burger. Hun ontwikkeling daarvóór is niet door oorlogsomstandigheden bepaald. Pas op latere leeftijd - terugkijkend op het leven, of na verlies van ouders, partner of werk - worden de oude, schijnbaar verwerkte traumatische ervaringen gereactiveerd of nemen klachten vormen aan die deskundige hulp nodig maken. In de klachten staan PTSS-symptomen in de regel op de voorgrond. Juist omdat deze mensen voorheen goed functioneerden, schamen ze zich ervoor dat dat nu niet meer lukt en dat de soms met moeite verkregen controle faalt. Alleen door gerichte vragen, herkenning en erkenning kan de verbinding met vroegere traumatische ervaringen helderder worden en kan een gerichte verwijzing een grote opluchting zijn.

Onder de groep ‘jong-getraumatiseerden’ vallen mensen die op jonge of zeer jonge leeftijd traumatische oorlogs- of kampervaringen hebben doorgemaakt. Dat wil zeggen dat de impact van de traumatische ervaring sterk bepaald is door de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevond en door omgevingsfactoren, waarbij het vooral van belang is of er een stabiele ouderfiguur aanwezig was en bleef, die enige bescherming en veiligheid kon bieden. Naarmate iemand jonger was in de oorlog, zijn herinneringen vager en kunnen ze moeilijker worden verwoord. Voor ervaringen in de preverbale periode - de tijd voor het kind leert praten - heeft iemand ook als volwassene geen woorden ter beschikking en kunnen lichamelijke sensaties en onbenoembare angst verwijzen naar vroegere trauma’s. Bij deze groep patiënten staan PTSS-klachten vaak niet op de voorgrond. Er is meer sprake van een langdurige depressieve stemming en van persoonlijkheidsproblematiek, die zich onder andere kan uiten in problemen met het aangaan van relaties.

Schuldgevoelens

Veteranen zijn als adolescent of jong volwassene ingeschakeld in oorlogssituaties, waarin het gebruik van geweld gesanctioneerd of aangemoedigd werd en in het licht van zelfverdediging noodzakelijk was. Tijdens vredesmissies voelden zij zichzelf vaak relatief onbeschermd en machteloos. Zowel in het gebied van hun missie als na terugkomst in Nederland werden velen van hen niet met open armen ontvangen. In plaats van maatschappelijke erkenning voor hun inzet in dienst van het land kregen zij veelal hoon, beschuldiging van oneerbaar gedrag en daderschap.

Veteranen presenteren zich nogal eens met agressieproblematiek en verslavingsgedrag. Pas bij doorvragen komen PTSS-klachten en de relatie met traumatische ervaringen tijdens missies aan het licht. Dan blijken schuldgevoelens over eigen gewelddadig gedrag en boosheid en verbittering over het uitblijven van maatschappelijke erkenning vaak belangrijk. Het contact met andere veteranen in de behandelsetting kan helpen om met schuld en schaamte beladen voorvallen ter sprake te brengen. Ouderen kunnen een evenwicht leren vinden tussen hun (vaak nog belangrijke) militaire identiteit en de rollen in hun gezin en sociale omgeving. Voor jongere veteranen kan behandeling noodzakelijk zijn om hun in relationeel en beroepsmatig opzicht onderbroken ontwikkeling op te vatten en hun plek in een burgermaatschappij te hervinden.

Getraumatiseerde ouders

De naoorlogse generatie groeide op met door de oorlog getraumatiseerde ouders. De mate waarin die ouders hun traumatische ervaringen konden verwerken was bepalend in hun ontwikkeling. Konden hun ouders een warme relatie met hun kinderen aangaan en hen later de gelegenheid geven zich los te maken? Veel naoorlogse kinderen werden getraumatiseerd door agressie die herleidbaar is tot de traumatische ervaringen van de ouders. Verlies van familieleden of het ontbreken van een eigen culturele omgeving bemoeilijkten de ontwikkeling van een eigen identiteit.

In het gezin kan een naoorlogs kind het kind zijn ‘dat niets heeft meegemaakt’. Ze nemen vaak veel verantwoordelijkheid en vervullen soms de ouderrol voor hun ouders. In de regel zijn zij erg loyaal naar de ouders die zoveel hebben meegemaakt, waardoor er weinig ruimte overbleef voor hun eigen ontwikkeling, voor losmaking, voor woede om tekorten; ze hebben weinig recht op eigen problemen en moeilijkheden.

Contact Opnemen

inoglogoLV-INOG
Postbus 2004
1200 CA Hilversum

tel.: 035-6839579
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuwe Bezoekers

Nieuwkomers, welke tot de doelgroep horen en nog geen lid zijn, zijn meer dan welkom. We bieden hen de gelegenheid eenmaal de inloopdag bij te wonen ter kennismaking. Daarna is een bijdrage van € 7,- verplicht per bezoek tenzij een lidmaatschap is aangegaan.